Johan Steenhuis
(foto: met smid Penninga, Wolddijk ca 1933.4 – 1936.4)
Na zijn ambachtsschooltijd werd Jan smidsknecht in Nieuwolda. Jan zelf noemde dit dorp ‘Tamme(r)k’, in het Nederlands ‘het Hamrik’, afkorting van Midwolderhamrik = nieuw ingepolderd land bij Midwolda. In een archiefstuk uit 1699 heb ik die naam Midwolderhamrik nog wel zien staan. Daarna heette het dorp in het Nederlands ‘Nieuwolda’. De mensen die daar in de buurt woonden gebruikten dus nog eeuwen later de oude naam. Pa vertelde mij dat hij daar na het avondeten steeds het smidshuis moest verlaten. Hij moest zich op straat maar vermaken en hij mocht pas terugkomen als het bedtijd was. Hij werd dus niet in het gezin opgenomen terwijl hij nog maar een tiener was.
Daarna werkte Jan als smidsknecht in het dorp ’t Waar, het tweelingdorp van Nieuw-Scheemda. Pa noemde Nieuw-Scheemda ‘Scheemtrammek’, in het Nederlands ‘Scheemderhamrik’ = nieuw ingepolderd land bij Scheemda.
Moeke vertelde mij het volgende verhaal over Pa’s leertijd in ’t Waar. Op zaterdagmiddag werd halverwege de middag in de smederij gestopt met het werk. Jan ging dan meestal naar huis in Schaapbulten. Soms ging hij met de jongens van het dorp naar de rand van het dorp ’t Waar. Ze hoefden niet lang te wachten. Daar kwam al een groep meiden uit het dorp naar hen toe! Helaas kwam er over de weg een groep jongens uit een ander dorp aangelopen en er werd flink gevochten om de meisjes. Toen mijn moeder dit verhaal vertelde vroeg ik haar ‘En wat vonden die meisjes van dat vechten?’ Ze antwoordde ‘Die meisjes vonden dat geweldig!’.
Ik denk, dat Jan zich goed geweerd heeft bij die vechtpartijen. Hij vertelde mij eens, toen ik nog een kind was, dat hij als smidsknecht vier loodzware voorhamers tegelijk kon optillen en met twee handen een tijd in de lucht kon houden.
Veel later, in de jaren zestig van de twintigste eeuw, deed Jan een aantal keren mee aan de Oldambtrit. Die schaatstocht gaat over het Termunterzijldiep. Hij schaatste dan door Trammek en Scheemtrammek. Wat zal er toen nog door hem heen zijn gegaan als hij aan zijn jeugd dacht?
Later werd Jan smidsknecht aan de Wolddijk. De Wolddijk begint bij Noorderhogebrug (bij de stad Groningen) en strekt zich uit naar het Noorden naar Westerdijkshorn.